incontinentie

Incontinentie (ongewild urineverlies) en obsitipatie   

Soms verlies je urine terwijl je dat niet wilt, bijvoorbeeld bij plotselinge druk op de buik. Ook al is het dan maar een beetje, dit heet ‘incontinentie’. Er bestaan verschillende vormen van incontinentie. 

Je kunt er last van hebben als je niest, hoest of iets optilt. Vooral vrouwen hebben last van deze vorm van incontinentie die we ‘inspanningsincontinentie’ noemen. 

Het kan ook zijn dat je opeens heel erg naar het toilet moet en de noodzaak om te moeten plassen bijna niet kunt onderdrukken, zodat je het toilet soms niet haalt. Dit noemen we ‘aandrang-incontinentie’. Deze vorm van incontinentie komt voor bij mannen en vrouwen. 

Wanneer je druppelsgewijs urine verliest omdat je blaas overvol is, heet dat ‘overloop-incontinentie’. Overloop-incontinentie komt meer voor bij mannen dan bij vrouwen en vooral op oudere leeftijd. 

Als je deze klachten herkent, is het altijd goed om deze met de huisarts of verpleegkundige van de praktijk te bespreken. De laatste jaren kunnen we incontinentie veel beter behandelen. 

Mogelijk dat de arts lichamelijk onderzoek en een urine-onderzoek doet om de precieze oorzaak en de soort incontinentie te vinden. Soms zijn extra onderzoeken nodig. 

Belangrijk is in ieder geval:

Toiletgedrag

Het is altijd goed om ontspannen op het toilet te zitten met de voeten vlak op de grond en de benen iets gespreid. Ontspannen van de buik en bekken is beter dan persen. En niet stoppen onder het plassen, maar wachten tot de blaas helemaal leeg is. Het kan  helpen om even te gaan staan na het plassen en dan weer te zitten, dan komt er toch nog een beetje. Alle urine die te lang in de blaas blijft staan, kan dit een blaasontsteking veroorzaken.

Genoeg drinken

Zo blijven de urinewegen steeds schoon en kan er geen bacterie of steentje groeien. Veel            mensen die last krijgen van incontinentie gaan juist minder drinken, maar dat maakt het vaak juist erger. Koffie, thee en alcohol maken vaak dat je meer dan nodig naar het toilet moet, dus die kun je het beste vermijden.

Er zijn verschillende behandelingen mogelijk:

Blaastraining

Wanneer je vaak op een dag naar het toilet moet, kan een gespecialiseerde therapeut tips geven om je blaas onder controle te houden. Op vaste tijdstippen plassen kan een goede training zijn. Door de duur tussen twee plasmomenten langzaam te verlengen, verhoog je de blaasinhoud en dat helpt om minder vaak te moeten plassen. Het is eigenlijk een spiertraining voor je blaas.

Oefeningen 

Veel incontinentieproblemen hebben te maken met verslapte spieren in het bekken. Deze spieren sterker maken, kan heel goed helpen. Veel mensen weten echter niet goed waar die spieren zitten en hoe ze ze kunnen aanspannen en trainen. Er zijn fysiotherapeuten die hierbij kunnen helpen. Het is even een drempel voor veel mensen om dit te bespreken met een arts of fysiotherapeut, maar voor hulpverleners is het een heel gewone vraag en het is zonde om hier niks aan te doen.

Zelf zou je de volgende oefening kunnen doen:

Maak je bekkenbodemspieren sterker door ze regelmatig aan te spannen, bijvoorbeeld onder het afwassen of in de rij bij de bakker. Je doet dat door dezelfde beweging te maken als wanneer je opeens urine zou willen tegenhouden. Dit hou je  dan een paar tellen vol, een keer of 10 achter elkaar.

Geneesmiddelen

Afhankelijk van het soort incontinentie kan een arts overwegen om geneesmiddelen voor te schrijven of juist medicatie die je al gebruikt proberen te stoppen. Meestal zijn medicijnen slechts een onderdeel van de behandeling.

Operatie

In sommige gevallen is een operatie een goede behandeling, bijvoorbeeld om de blaas en blaashals beter te ondersteunen, bij prostaatproblemen of om een kunstmatige sluitspier in te brengen.

Hulpmiddelen

Soms is een definitieve oplossing niet mogelijk. Afhankelijk van de ernst van incontinentie zijn er verschillende hulpmiddelen voor mannen en vrouwen beschikbaar, zoals incontinentiemateriaal of een condoomcatheter. Je arts, apotheker, praktijkondersteuner kunnen hierbij helpen. Ook werkt er meestal iemand in de apotheek die hier veel vanaf weet.
Als je veel last hebt van incontinentie is het in ieder geval ook heel handig als het toilet gemakkelijker bereikbaar is. Een ergotherapeut kan helpen om hier goed naar te kijken. En je kunt aangepaste kleding kiezen die snel opengaat, bijvoorbeeld met klittenband of rits in plaats van met knoopjes.

Wanneer belt u de huisartsenpraktijk?

Heeft u ondanks bovenstaande adviezen nog steeds last van incontinentie, bespreek uw klachten dan met uw huisarts. De laatste jaren heeft de behandeling van incontinentie een grote vooruitgang geboekt. Uw arts zal mogelijk een lichamelijk onderzoek en een urine-onderzoek doen om de precieze oorzaak en de soort incontinentie te achterhalen. Soms zijn bijkomende onderzoeken nodig. Nadien start u eventueel met een aangepaste behandeling zoals:

  • Blaastraining. Wanneer u vaak op een dag naar het toilet moet, kan een gespecialiseerde therapeut u tips geven om uw blaas onder controle te houden. Op vaste tijdstippen plassen kan een hulpmiddel zijn. Door de tijdsspanne tussen twee plasmomenten langzaam te verlengen, verhoogt u uw blaascapaciteit en zal u een aantal keren minder moeten plassen.
  • Oefeningen. Veel incontinentieproblemen hebben te maken met verslapte bekkenbodemspieren. Het verstevigen van deze spieren aan de basis van het bekken zorgt ervoor dat ze de blaas beter ondersteunen. U kunt het beste eerst naar een gespecialiseerde therapeut om de oefeningen aan te leren. Nadien kunt u ze zelf dagelijks thuis doen.
  • Geneesmiddelen. Naar gelang de soort incontinentie kan uw arts overwegen om geneesmiddelen voor te schrijven of juist medicatie die u al gebruikt proberen te stoppen. Meestal zijn medicatieveranderingen slechts een onderdeel van de behandeling.
  • Operatie. In sommige gevallen is een operatie de aangewezen behandeling, bijvoorbeeld om de blaas en blaashals beter te ondersteunen, bij prostaatproblemen of om een kunstmatige sluitspier in te brengen.
  • Hulpmiddelen. In bepaalde gevallen is een definitieve oplossing van onvrijwillig urineverlies niet mogelijk. Afhankelijk van de graad van incontinentie zijn er verschillende hulpmiddelen voor mannen en vrouwen beschikbaar. Het is belangrijk om na overleg met uw arts, apotheker, praktijkondersteuner of verantwoordelijke van de thuiszorgwinkel, hulpmiddelen uit te proberen en het best geschikte hulpmiddel te kiezen.

Wat kunt u zelf doen?

  • Stel het plassen niet te lang uit. Wanneer u steeds wacht tot u de urine bijna niet meer kan ophouden, kunt u blaasproblemen krijgen.  
  • Neem op het toilet een natuurlijke zithouding aan met de voeten vlak op de grond, de benen lichtjes gespreid.  
  • Ontspan uw bekkenbodemspieren en laat de urine stromen zonder uw buikspieren aan te spannen of te persen. Onderbreek het plassen niet, want dat kan leiden tot rest-urine in de blaas.  
  • Neem rustig de tijd om de blaas volledig leeg te maken.  
  • Maak uw bekkenbodemspieren sterker door ze regelmatig aan te spannen, bijvoorbeeld onder het afwassen of in de rij bij de bakker. U doet dat door dezelfde beweging te maken als wanneer u opeens urine zou willen tegenhouden. Dit houdt u dan een paar tellen vol, een keer of 10 achter elkaar.
  • Spreid uw vochtinname over de hele dag. Het is belangrijk 1,5 tot 2 liter per dag te drinken, om uitdrogingsverschijnselen, nierproblemen en urineweginfecties te vermijden.  
  • Drink niet te veel koffie, thee en alcohol. Deze dranken werken vochtafdrijvend en kunnen de blaaswand irriteren.

Tips voor als uw niet meer zo goed ter been bent

  • Maak het toilet gemakkelijker bereikbaar. De ergotherapeute kan u hierbij helpen.
  • Kies aangepaste kleding die vlot opengaat, bijvoorbeeld met klittenband of rits.