Incontinentie (ongewild urineverlies)   

Wat zijn de klachten?

U verliest ongewild urine, bijvoorbeeld bij plotselinge druk op de buik. Dit kan zijn wanneer u niest, hoest of iets optilt. Vooral vrouwen hebben last van deze vorm van incontinentie (‘inspanningsincontinentie’). Ook kan het zijn dat u opeens heel erg naar het toilet moet en u de druk om te moeten plassen bijna niet kunt onderdrukken, zodat u het toilet soms niet tijdig bereikt (‘aandrangincontinentie’). Deze vorm van incontinentie komt voor bij mannen en vrouwen. Wanneer u druppelsgewijs urine verliest omdat uw blaas overvol is, heeft u last van overloopincontinentie. Overloopincontinentie komt meer voor bij mannen dan bij vrouwen en vooral op oudere leeftijd. 

Wanneer belt u de huisartsenpraktijk?

Heeft u ondanks bovenstaande adviezen nog steeds last van incontinentie, bespreek uw klachten dan met uw huisarts. De laatste jaren heeft de behandeling van incontinentie een grote vooruitgang geboekt. Uw arts zal mogelijk een lichamelijk onderzoek en een urine-onderzoek doen om de precieze oorzaak en de soort incontinentie te achterhalen. Soms zijn bijkomende onderzoeken nodig. Nadien start u eventueel met een aangepaste behandeling zoals:

  • Blaastraining. Wanneer u vaak op een dag naar het toilet moet, kan een gespecialiseerde therapeut u tips geven om uw blaas onder controle te houden. Op vaste tijdstippen plassen kan een hulpmiddel zijn. Door de tijdsspanne tussen twee plasmomenten langzaam te verlengen, verhoogt u uw blaascapaciteit en zal u een aantal keren minder moeten plassen.
  • Oefeningen. Veel incontinentieproblemen hebben te maken met verslapte bekkenbodemspieren. Het verstevigen van deze spieren aan de basis van het bekken zorgt ervoor dat ze de blaas beter ondersteunen. U kunt het beste eerst naar een gespecialiseerde therapeut om de oefeningen aan te leren. Nadien kunt u ze zelf dagelijks thuis doen.
  • Geneesmiddelen. Naar gelang de soort incontinentie kan uw arts overwegen om geneesmiddelen voor te schrijven of juist medicatie die u al gebruikt proberen te stoppen. Meestal zijn medicatieveranderingen slechts een onderdeel van de behandeling.
  • Operatie. In sommige gevallen is een operatie de aangewezen behandeling, bijvoorbeeld om de blaas en blaashals beter te ondersteunen, bij prostaatproblemen of om een kunstmatige sluitspier in te brengen.
  • Hulpmiddelen. In bepaalde gevallen is een definitieve oplossing van onvrijwillig urineverlies niet mogelijk. Afhankelijk van de graad van incontinentie zijn er verschillende hulpmiddelen voor mannen en vrouwen beschikbaar. Het is belangrijk om na overleg met uw arts, apotheker, praktijkondersteuner of verantwoordelijke van de thuiszorgwinkel, hulpmiddelen uit te proberen en het best geschikte hulpmiddel te kiezen.

Wat kunt u zelf doen?

  • Stel het plassen niet te lang uit. Wanneer u steeds wacht tot u de urine bijna niet meer kan ophouden, kunt u blaasproblemen krijgen.  
  • Neem op het toilet een natuurlijke zithouding aan met de voeten vlak op de grond, de benen lichtjes gespreid.  
  • Ontspan uw bekkenbodemspieren en laat de urine stromen zonder uw buikspieren aan te spannen of te persen. Onderbreek het plassen niet, want dat kan leiden tot rest-urine in de blaas.  
  • Neem rustig de tijd om de blaas volledig leeg te maken.  
  • Maak uw bekkenbodemspieren sterker door ze regelmatig aan te spannen, bijvoorbeeld onder het afwassen of in de rij bij de bakker. U doet dat door dezelfde beweging te maken als wanneer u opeens urine zou willen tegenhouden. Dit houdt u dan een paar tellen vol, een keer of 10 achter elkaar.
  • Spreid uw vochtinname over de hele dag. Het is belangrijk 1,5 tot 2 liter per dag te drinken, om uitdrogingsverschijnselen, nierproblemen en urineweginfecties te vermijden.  
  • Drink niet te veel koffie, thee en alcohol. Deze dranken werken vochtafdrijvend en kunnen de blaaswand irriteren.

Tips voor als uw niet meer zo goed ter been bent

  • Maak het toilet gemakkelijker bereikbaar. De ergotherapeute kan u hierbij helpen.
  • Kies aangepaste kleding die vlot opengaat, bijvoorbeeld met klittenband of rits.