Gewone ouderdomsvergeetachtigheid of dementie?

Veel ouderen hebben af en toe last van vergeetachtigheid. Met het ouder worden verloopt alles wat trager, ook het leren van nieuwe dingen of het opdiepen van informatie uit het geheugen. In het begin is het moeilijk om dementie te onderscheiden van deze gewone ouderdomsvergeetachtigheid of verstrooidheid die iedereen wel kent.
Signalen die kunnen wijzen op beginnende dementie:

  • Vergeten van een ingrijpende of emotionele gebeurtenis zoals een verblijf in het ziekenhuis, het overlijden van een bekende
  • Meer moeite hebben met het vinden van woorden
  • Ontreddering in een nieuwe omgeving en de weg moeilijk of niet meer vinden in een bekende omgeving
  • Toenemende achterdocht, vaak ruzie maken
  • Geleidelijke verandering van gedrag en karakter
  • Moeite met complexe taken, zoals bv. het organiseren en voorbereiden van een etentje

Dementie treft ook andere functies. Er kunnen problemen ontstaan met denken, spreken en begrijpen van taal. Ook het uitvoeren, plannen en bijsturen van allerlei handelingen en het herkennen van voorwerpen verlopen problematisch. Het geestelijke en lichamelijke functioneren gaat globaal achteruit: werken of het huishouden doen wordt moeilijk en de relatie met anderen kan verstoord raken.

Deze signalen kunnen ook de voorboden zijn van een andere ziekte of stoornis. Bij twijfels of vragen neemt u het best contact op met uw huisarts!
Wat kan de (huis)arts doen?

Meestal is dementie het gevolg van het verminderen van de hoeveelheid werkzaam hersenweefsel, zoals bij de ziekte van Alzheimer of bij multi-infarctdementie. Deze ziekten zijn niet te genezen. Het kan echter ook voorkomen dat de hersenen niet meer goed functioneren als gevolg van een andere oorzaak die de hersenwerking negatief beïnvloedt.  Door het gebruik van bepaalde geneesmiddelen of een tekort aan vitamines bijvoorbeeld. Zelfs psychosociale factoren kunnen leiden tot dementieverschijnselen. Iemand die depressief is, kan zo in de war raken dat het lijkt of die persoon dement is.

Bij het vermoeden van dementie of bij de eerste verschijnselen is contact met uw huisarts heel belangrijk. Soms kunt u gerustgesteld worden omdat het gewone ouderdomsvergeetachtigheid betreft. Soms kunnen de verschijnselen van dementie behandeld worden. En indien de diagnose dementie is gesteld, bent u meer voorbereid op wat u kan verwachten. De huisarts zal willen onderzoeken of er sprake is van normale ouderdomsvergeetachtigheid of dementie. Ook wil huisarts uitsluiten dat er andere oorzaken voor de vergeetachtigheid zijn. Hij/zij kan daartoe eventueel zelf de volgende onderzoeken verrichten:

  • Een uitgebreid gesprek met u en/of met een van uw naasten
  • Een aantal vragenlijsten op het gebied van geheugen en evt. stemming
  • Een bloedonderzoek en een lichamelijk onderzoek

Als de huisarts dit nodig acht, kan hij/zij u voor zowel onderzoek als behandeling of begeleiding naar een andere hulpverlener verwijzen. U kunt dan denken aan een arts met kennis op het gebied van de ouderengeneeskunde zoals een specialist ouderengeneeskunde, een geriater of een neuroloog. De arts van deze praktijk ouderengeneeskunde is een specialist ouderengeneeskunde.

In Velp zijn verder veel hulpverleners werkzaam die kennis hebben over (de begeleiding van) dementie. Bijvoorbeeld een ouderenadviseur, een ergotherapeute of een praktijkondersteuner-GZ. De praktijk ouderengeneeskunde kan u ondersteunen in het vinden van de juiste hulpverlener.

 

Wat kunt u zelf doen?

  • Doe zoveel mogelijk de dingen die nog mogelijk zijn (‘use it or lose it’), maar vraag ook niet té veel van u zelf
  • Tracht een vaste dagindeling aan te houden met de daarbij horende (leuke) activiteiten
  • Probeer de woonomgeving zoveel mogelijk bij het oude te laten en zorg ervoor dat gevaarlijke dingen (leuning die stuk is) zo snel mogelijk worden gemaakt. Een ergotherapeute kan u hierbij uitstekend van advies dienen!

 

De mantelzorger

  • Gesprekken gaan vaak wat langzamer en informatie moet vaker herhaald worden. Praat in kortere zinnen met één boodschap per zin. Probeer niet teveel vragen te stellen of stel de vragen op zo’n manier dat u ook informatie verstrekt. Bijvoorbeeld: ‘we zouden vanmiddag naar het Openluchtmuseum gaan, heb je aan je regenjas gedacht?’ Of ‘dag meneer de Vries, ik ben Rita de thuishulp. Kan ik u iets te drinken inschenken?’
  • Let erop hoe u iets zegt. Uw houding, toon en gelaatsuitdrukking zijn erg belangrijk.
  • Bij moeilijke onderwerpen (terug naar het huis van vroeger willen bijvoorbeeld) helpt afleiden vaak beter dan erover praten. Veel mensen die last krijgen van dementie willen ‘terug naar huis’. Dat huis bestaat niet meer,  vaak wordt het ouderlijke huis bedoelt, met de personen van toen erin aanwezig. Zelfs een keer teruggaan naar het ouderlijke huis helpt daarom niet.
  • Zorg goed voor u zelf: neem voldoende ontspanning en wacht niet te lang met het krijgen van informatie en vragen om hulp. Het kan helpen om met anderen te praten. Zorg ervoor dat u zelf niet er onderdoor gaat!

 

Tips om ter harte te nemen

  • Een ouderenadviseur, ergotherapeute, dementieconsulenten zijn voorbeelden van mensen die u goed kunnen adviseren
  • Bij onder meer het Alzheimercafé en Steunpunt Vrijwillige Mantelzorg kunt u informatie en ondersteuning krijgen waar u weer mee verder kunt.

 

Meer lezen

http://www.alzheimer-nederland.nl/