Gedaalde stemming of een depressie?

Een sombere, depressieve stemming is vaak een normale reactie op teleurstelling of verlies. De stemmingsdaling is dan van voorbijgaande aard en heeft in de meeste gevallen geen gerichte behandeling nodig. Bij een depressieve stoornis daarentegen is sprake van een aanhoudende depressieve stemming, die bijna dagelijks en gedurende het grootste deel van de dag aanwezig is. Daarbij kunnen zich hardnekkige en negatieve denkbeelden voordoen, zoals het gevoel niets voor te stellen, het idee zelf aan de ziekte schuldig te zijn en er steeds zwaarder onder te zullen lijden, afwijkende gedragingen en lichamelijke klachten.

Omdat de contact-reden bij een bezoek aan de huisarts vaak een andere is dan een sombere stemming, bestaat de kans dat een depressie in eerste instantie niet wordt herkend.

Wat kan de huisarts of specialist ouderengeneeskunde doen?

De arts kan de diagnose ‘depressie’ stellen met een uitgebreid gesprek of meerdere gesprekken. De arts maakt op grond van het gesprek een inschatting van de lijdensdruk die de patiënt van de depressieve stoornis ondervindt en van de mate waarin het dagelijks functioneren erdoor belemmerd wordt. Het is meestal niet nodig om lichamelijk onderzoek te doen, omdat de kans heel klein is om een oorzaak te vinden in een lichamelijke afwijking. Bij ouderen waarbij de diagnose twijfelachtig is doordat meerdere (geestelijke) problemen bestaan of bij mensen bij wie de therapie niet aanslaat, is lichamelijk onderzoek wel noodzakelijk.

Een depressie is een ziekte die behandeld kan worden. Doelstellingen van de behandeling zijn het verlichten van de klachten en het bevorderen van het herstel naar normaal functioneren. De aanpak is afhankelijk van de aard van de depressieve stoornis en de gevolgen hiervan, zoals de mate van lijdensdruk of disfunctioneren van de patiënt, en wordt afgestemd op de voorkeuren, wensen en eventuele lichamelijke of psychiatrische co-morbiditeit van de patiënt. Afhankelijk van deze factoren kan gekozen worden voor:

  • Voorlichting, begeleiding en eventueel medicamenteuze behandeling door de arts (naarmate de depressieve stoornis een grotere lijdensdruk en meer disfunctioneren tot gevolg heeft, zal eerder worden overgegaan tot (toevoegen van) medicamenteuze behandeling).
  • Het inschakelen van een hulpverlener met kennis en ervaring op psychologisch of pscyhiatrisch gebied. Het verschil tussen een psycholoog en een pscyhiater is dat deze laatste een arts is en (dus) medicatie mag voorschrijven.

Behandeling met alleen psychologische interventies of psychotherapie is in het algemeen even effectief als behandeling met alleen medicijnen. Wel is het nodig dat de patiënt over voldoende motivatie en zelfinzicht beschikt.

Wat kunt u zelf doen?

  • Vaak helpt het om erover te praten, op het spreekuur maar ook of met familie of vrienden. De meeste mensen hebben hier begrip voor. Leg aan hen uit wat depressie betekent. Iemand die depressief is denkt vaak negatief over zichzelf. Teleurstelling, verdriet en woede kunnen het negatieve gevoel versterken. Het kost tijd dergelijke emoties te verwerken. Gun uzelf die tijd.
  • Stel uzelf niet te hoge eisen, bijvoorbeeld dat u snel moet herstellen of normaal uw dagelijkse dingen moet kunnen doen. U kunt zich in het begin het best richten op de eenvoudige, praktische zaken van het dagelijks leven. Stel haalbare doelen.
  • Probeer regelmaat in uw leven te houden door op normale tijden naar bed te gaan en op te staan, en op vaste tijden te eten.
  • Wees matig met alcohol.
  • Zoek afleiding in activiteiten die voor u prettig of ontspannend kunnen zijn en zorg regelmatig voor lichaamsbeweging zoals fietsen, wandelen of sporten. Blijf dus niet alleen maar thuis zitten.